is toegevoegd aan uw favorieten.

Het Oude Testament.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

44* JEREMia,

B^Éii M'J' flechtS t0t t00rn §efard» 200 fpreekt je* hova God!

vs. 31. En deze ftad heeft fteeds mijn toorn en ongenoegen -

Verwekt, van 't oogenblik, dat men haar heeft gefticht, Tot heden, zoodat 'k haar moet wegdoen uit mijn oogen.

3S« Om al de fnoodheên van het kroost van Israël,

En Judd's nageflacht, gepleegd, om mij te tergen,

Door hen, hun Koningen, hun Adel, Priesterdom ,

Door Juda's land en volk, en Salems ingezeet'nen.

33. Zij hebben mij den nek, nooit 't aanzicht,

toegekeerd;

Hoewel ik vroeg en laat hen onderwees en leerde,

Zij gaven geen gehoor aan leer' of onderwijs.

34. Zij hebben hunne Gcón,hun gruwiijke Afgods¬

beelden ,

Zelfs in het Heiligdom, het geen mijn eernaam voert, Geplaatst en opgericht, om dat, dus fnood, t' ontheil'gen.

35. Zij hebben in het dal, genoemd naar hin-

noms zoon, Ter eere van den r,.'.al,aan hem gewijde hoog. ten

Ge-