Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE STAAT DER REGTHEID. if

gen, was ter weering van onbeftendigbeid, volmaakt, en, wel gebruikt, fterk genoeg,om de driften weerftand te kunnen bieden. Aan hunne lichaa men, was een onafgebroken leven, eene geregelde beweeging, en werkzaamheid gefchonken ; noch onverdraagelyke koude , noch moeijelyke hette maakte hun het leven lastig. Het was alomme vreugd en overvloed, wyl de fchaarsheid, en 't gebrek door de eeuwig vruchtbaare Natuur gekluisterd waren. De vrede en verdraagzaamheid hadden een bcftendig verblyf op de Aarde. Men zag den Wolf met het Lam verkeercn; het Luipaard by den Geitenhok nederliggen; het Kalf, het Mestvee en de ontembaare Leeuw fpeelden zaamen. De Beer en de Koe wierpen hun jongen by elkander: ja een jong Kind, zou zig hebben kunnen vermaaken boven het hol van eenen Adder, en een gefpeend Kind, zyn hand hebben kunnen fteeken, in het nest van een' Bafeliskus; eindclyk, de gantfche Aarde was vervuld, van Gods zegen en goedheid.

K A R E L.

Maar, als 'er volgens die bcfchryving, geene ondeugd op de Aarde plaats had, en de Menfchen eeuwig geleefd zouden hebben, dan moet immers hun Geest zo wel als hun Lichaam, van onzen Geqst en ons Lichaam verfchillend geweest zyn ?

DE GOUVERNEUR.

Geenzins,hun Lichaam was in alle opzichten het B 3 on-

Sluiten