Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I4ó" ESAU'S KLAGTE MET

L E O N O R E.

Ik heb de klagten van Efau altoos met veel aandoening geleezen , ja hem zelfs beklaagd.

DE GOUVERNEUR.

Zulks is geen wonder; want Mofes heeft het geval, met die kracht cn wclfpreekendheid, welke het vermogen eencr Godlyke ingeeving eigen is, befchreeven.— Koe zeer Efau zig by elk Godvruchtig mensch gehaat gemaakt heeft; ja, hoe gaarne wy ook genegen zyn, om dien woesten, en onbegonnen Zoon te veroordeeld:; nogthans, wordt men , ondanks zigzelven , door Mofes verhevene befchryving , getroffen. Wy Stemmen hartlyk in de eerfte aandoening die Ifaak als Vader gevoeld; te meer, om dat de vroome man van Efau's laag gedrag, in het verfmaaden van den Vadcrlykcn zegen, onbewust was. Die goede Vader wist niet, dat zyn oudlte Zoon, zelfs meteenen eed, de bezitting van het land Canaan, 't welk een onderpand van het Hemelfche Canaiin was , verbeurd verklaard had. Efau had zig wel gewacht, nu hy zag dat zyn vrees voor de dood, ongegrond was, hier van iets te ontdekken : — en nu hy befpeurt, dathem uit 's vaders zegen , een groot voordeel zal toevloeijen , neemt hy de gelegenheid waar; verzwygt zyn voorheen gehouden gedrag, en hoopt thans in een zee van overvloed te zullen baaden. — Maar

ZQ

Sluiten