is toegevoegd aan uw favorieten.

Historische, charakter- en zedekundige bybelonderwyzer

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

85 PHARAO VERDRINKT MET

zee was, dagt de Koning, door cefte buitengcWoone fterke ebbe, van haare oevers afgeweeken en Israëls leger hadt die gunstige oogenblikken, om hem te ontvluchten, waargenoomen. — Deeze gedagtcn komen hem zo waarfcliynelyk voor, dat hy zig geen oogenblik beraadt, om, daar hem de ebbe immers ook gunstig kon zyn, de gevluchte fchaaren natejaagan. — Pharao voerde de ruiterbende aan, cn ftoof met heete drift, om Israël ten roof te verkrygen, van het ftrand den zeeboezem in. Maar god, deed dadelyk de wolken opeenpakken; een geweldig onwcder verhief zig, zo dat de paarden, door het weerlicht verfchrikt, achteruit deinsden en weigerden voorwaarts te (treeven ; dit veroorzaakte wanorder, en ontzetting allerwegen. Nog verzettede zig de tiran tegen den Almagtigen ,ftrek uwe hand wederom uit over de zee, zegt Jehovah: Mofes doet zulks; — cn ziet, eene tegen gefielde wind, dryft de wateren zamen: — Pharao was toen met zyn verfchrikt leger, tot in het midden van den zeeboezem genaderd: — de golven bedekten het, en dus betaalde die trotfche , ontmenschte, verwaande cn laffe dwingeland, benevens zyn leger, hunne vermetelheid , met hun leeveu. —

l e-