Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VAN '-T JviENSC'HLtJK LEVEN. | 19

Voor een volgend geluk re leggen, is 'er doorgaands geen lust, noch tijd; onl 't genoegen van het tegenwoordige leefperk te gevoelen. Duizendmaal fchijnt hem alle moed té ontzinken; duizendmaal onderneemt hij op 't nieuw, maar vrugtelöos i den gang der menfchelijke dingen naar zijne ontwerpen iriterigten ; tot hij eindelijk iri de völfte kragt uitroept: ja, zeker! de mensch van eene vrouwe geboren, is kort van dagen en zat van onrusten. Soms zien wij dien man op den vollen middag van zijn leven, in 't middèn van allerlei ver uitziendé ontwerpen reeds van dit toneel van zo véél onrust én moeite aftreden.

Dan, 't zij zo! Dat hij zijne dagen verlengd zie^ eh dat het hem gebeure, de uiterfté' grenzen van 't menschlijk leven te mogen bereiken; kunnen wij in dit geval niét ontwijfelbaar voöronderitcllen, dat hij, vooraf van deze dagen, zeggen zal; zij behagen mij niét? De fteunfels van zijn vermaak, en alle zijne vrienden verlaten hem langzamerhand ; zij geven hem eenzaam over, aan een gedacht, dat zijns niet agt ; én Voor 't welk de zo gewigtige gebeurtenisfen vti'fl

zijn vroeger leven geheel onverfchillig zijn.

Hoe nader hij aan de zee der euwigheid of aan 't eindperk van zijne dagen komt, zo veel te meer verwijderen zig zijne ondernemingen, uitzig* ten en wenfchen; even gelijk een rtroom, die zig allengs verwijdert, tot dat hij zig zeiven ganB 2 fchet

Sluiten