Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EN ZIJNER OROOTE BESTEMMINGE WAARDIG. 205

of genoegen, eigenbaatig op V oog te hebben? Noemt gij dat klein en verachtlijk, als men bij tegenftand en teleurftelling terftond bezwijkt; als men geene kracht noch moed bezit, om gevaaren te trotfeeren en allerlei beletzelen manlijk te beftrijden en te verwinnen? Koomt dan M. V. befchouwdt met dat oog eens dien Man, beftetnd, om den zo hobbeligen weg voor den Mesfias te effenen; en voorzeker, zijne grootheid zal u, van alle deze kanten, duidelijk in de oogen ftraalen.

r. De eerfte trek van waare grootheid vinde ik bij Johannes, in dien geest van zelfs genoegzaamheid en van edele onafhankelijkheid, die hem op 't verfte verwijderde, van al de verlaagende uitwerkzelen van weelde en gemak, van zinlijke vreugde en vermaak. Gewoon, om in eene zeer fpaarzaam bewoonde woestijne te leeven, kleedde hij zig in een kleed van kemelshair; en fprinkhaanen met wilde honing waaren hier zijne daaglijkfche fpijze. Geenerhande gerieflijkheden of lekkernijen, geenerhande zinlijke of kostbaare vermaaken konden immer de ziel van dezen waarlijk heiligen Man treffen, of maakten zijne rust of geluk afhankelijk van duizenderlei omringende dingen.., Bij Hem was de Datuur met weinig te vrede. Met hoe veel recht kon daarom Jezus,van dien man fpreekende,aan zijne tijdgenooten niet vraagen: .wat zijt gij uit-

Sluiten