Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

fiOÓ JOHANNES DE DOOPER, EEN GROOT MAN,

gegaan in de Woestijne, om te zien? Wilt gij een mensch zien in zagte kleederenf Ziet, die zagte kleederen draagen, zijn in de paleizen der Konin~ gen! — Zijne voornaamite zorg vestigende op de vere'deling zijner ziele, waren de gerieflijkheden van 't leven, en de wellusten van 't ligchaam, voor hem van weinig gewicht. Gewoon om zig zei ven daaglijks te verlochenen, hadt hij, da"ar door, aan zijnen geest die inwendige grootheid en fterkte verfchaft, die zig over menfchen en gebeurtenisfen, die zig over zinlijkheid en ver. maaklust verre, zeer verre verhief.

a. En wie is er, die op den gang van'sMans woorden en bedrijven acht geevende, niet overal eenen voortreflijken famenhang en een fchoon verband ontwaar wordt, dat alle zijne oogmerken en daaden tot een doel tot een punt vereenigde. Ziet gij niet M. V. bij dien Johannes, bij alle zijne gezegden en handelingen, eene zo zeldzaame als voortreflijke éénheid; en alle de verfcheidenheden, in zijn charakter en bedrijven als door één en dezelfden band van volmaaktheid, op 't gelukkigst, vereenigd en verbonden. Of was niet alles in zijn leven gewijd, aan de eer van den Mesjiastn aan de bevordering van zijne groote en zedelijke oogmerken? Hij moet was/en en ik moet minder worden!— Hij koomt na mij, dien ik niet vaardig ben, zijne fchoenriemen te ontbinden! Ik doope met water ; maar die na mij

koomt,

Sluiten