Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OVER DE ZON- EN FEESTDAGEN. ENZ. 155

verplichtte in de Stad te moeten blyven, om daar den Godsdienst mede by te vvoonen. Men was gewoon geduurende dien Tyd, des Zaturdags en Zondags het Heilige Avondmaal te bedienen, rykeiyk' deelde men Aalmoeien tot onderftand aan de Armen uit, en alle Lyf- en Hals - ftraffen wierden uitgefteld. De Rechtbanken ftondén ftil, dewyl .deze Tyd, geen Tyd van Twist en Tweedragt, maar van onderlinge Vrede en Verzoeninge was.

Geduurende deze dagen wierden de Catecbu< menen ^Leerlingen) die op het Paaschfeest zouden gedoopt worden, door byzonder Ondenvys in de Leerftukken van het Geloof, en door boetvaardige (Effeningen daartoe voorbereid, als ook de Boetelingen (Poenitentes) die op het Paaschfeest hunne Vrylpraak of Ontflag van hunnen Ban zouden beköomen. (hier van in het vervolg nader) De Gehuwden moesten zich in dezen Tyd van elkander onthouden. 'Er gefchiedden opentlyke Onderzoekingen aangaande de Leere en het Leeven der aanfttande Doopelingen, en deze waren zeven in getal, waarvan de laatite op den Heiligen of Groeten Sabbath (Zaturdag) voor Paaffchen gefchiedde. ■

Hier uit kan men genoeg opmaaken, of en in hoe verre de Kasten in de Roornfche Kerk, met de Gewoontens der Eerfte Christenen overeenftemmen, dan daar van verfchillen.

Men befchuldigt ook , hoewel ten onrecht, de Proteftanten, dat zy den Tyd voor Paaftchen te zeer zouden verachten; immers zo wel by de Gereformeerden, als by ons Lutherfchen, zyn deze zeven Weeken voor Paaffchen, gefchikt tot openbaare Overdenking en befchouwing van het fmartelyk Lyden en Sterven van onzen Verlosfer Jefus, door het Voorleezen en Verklaaren der Lydens

Ge-

Sluiten