Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NADER. DAN VOOR DEEZEN. I49

fchaamte en leedwezen; en de herinnering wat 'er ons toedeed vervallen, gaf ons aanleiding om, vervolgens, meer op onze hoede te zyn: terwyl, aan de andere zyde, eene behaalde overwinning, in den geestlyken ftryd, ons nieu* wen moed, ter voortzettinge van onze heiligmaaking, inboezemde. Door dit alles hebben wy ervarenis gekreegen, die wy te vooren ontbeerden. Wy zyn 'er gefchikter door geworden om deugd te oefenen, om ons vooi" dwaasheid en zonde te wagten, dan wy wa" ren toen wy eerst geloofd hebben. Bevinden wy ons, desniettegenftaande, nog al gebreklyk; kleeft ons nog te veel zondigs aan; zyn wy nog te traag en te (lof in het goede werk; het is zeer noodig dat wy ons, met allen ernst en vlyt, ter verbeteringe fchikker. Voor deezen mogt die gebreklykheid en nalaatigheid, eenigermaate, in ons te verfchonen zyn; de gelegenheid des tyds neemt tans die reden van verfchooning weg; en, zo immer, is het nu de uure om uit den flaap op te waaken, en te leeven als gevestigde en gevorderde Christenen betaamt.

II. Ik ga over tot myne Tweede Hoofdzaak; om, namelyk, te overweegen en ons voorden geest te brengen , dat federt wy eerst g?«

K 3 looid

Sluiten