is toegevoegd aan uw favorieten.

Leerboek der apothekerskunst.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

APOTHEKERSKUNST. 117

§. 318.

Het vitrioolzuur, het zij het uit vitriool rX-315.) of uit zwavel (§. 317O ver,kreSerl wordt, is altoos zo helder en doorfchijnend als water. De bruine of zwarte vitriool olie heeft deeze couleur van ftukjes houtskool, wasch, hars en andere brandftoffen, die er bij toeval in gevallen zijn, verkregen. Zelts de eigenfchap om op het aanraaken der lucht te rooken, is 'er niet wezenlijk aan eigen, en Is even zo min een bewijs van deszelfs fterkte, waar voor men het echter gewoon is te houden. Men kan het derhalven zijne voorige doorfchijnendheid en witheid weder bezorgen, het de eigenfchap om te rooken beneemen, en wanneer 'er te veel water mede vermengd is, hetzelve affcheiden, wanneer men het in een' glazen kromhals giet, door een langzaam verfterkt vuur aan het kooken brengt, en 'er op deeze wijze het overtollige phle&na uitdrijft, wanneer een heldere, witte en fterke vitriool-olie, die niet rookt, in de Retort terug blijft. Men kan het phlegma van de vitriool-olie bij het overhaalcn , zeer ligtelijk daardoor onderfcheiden, om dat het eerfte zich gelijk dauwdruppelen, die langzaam verdwijnen, in den hals van de Retort vastzet; doch de laatfte, bij het overgaan, vette olie ftreepen vertoont; wanneer men dit bemerkt moet het ftooken geftaakt worden. Anders behoeft men het ook flechts in een' kolf, die in een zandbad gezet is, een' tijd lang laaten kooken. In een' kolf met een langen hals, die naauw toeloopt, gaat deeze bewerking veel fpoediger voort dan wanneer H 3 de