Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VERTROUWEN OP GOD. 25

wils vermoedt men het broeijen en fmeulen van benig kwaad, 't welk men niet kan afweeren. Altoos byna vertoonen zig aanleidingen om dit of dat te dugten. — Onbedagtzaamen ontwyken veeltyds de zwaarmoedige Invallen; zy durven zig niet blootftellen aan dat nadenken, — of zy troosten zig met de losfe kanfen der guuftige Uitkomften; — maar de nadenkenden ontwikkelen fomtyds dusdaanige Invallen , en zoeken meerdere Vastigheid voor 't peinzend gemoed, by zulke Uitzigten en de overweeging der kommerlyke gevolgen.

Ten aanzien nu van deeze en dergelyke zaaken moeten wy het Vertrouwen oefenen. Als wy, namelyk, het onze gedaan hebben, moeten wy die toevallige dingen, voor zo verre wy enkel lydelyk zouden zyn, volkoomen aanmerken als Foorzienlyke dingen, als de befchikkingen der Goddelyke Voorzienigheid ten onzen opzigte, en als afhangelyk van Hem, die alle harten kan neigen. Zo moeten wy befchouwen zelfs die dingen, welke ons overkoomen, door welbekende middelen , door zigtbaare werktuigen en tweede oorzaaken; 't zy door den algemeenen loop der natuur, — 't zy door vrywillige ondeugden van andere menfchen , 't zy door onze eigene Onvolmaaktheid, mits wy ons zelve B 5 daarV. - -

Sluiten