Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

233 TWAALFDE HOOFDSTUK

dood zyner zoonen hoorde Lev. x: 3. Een vierde bedenking, moet een Chriften beruften in de zonden, met welke hy in dit leven heeft te ftryden ? Men kan daar op antwoorden, dat een gelovige nooit vereenigd mag zyn met de zonden, om dat zy uitdrukkelyk ftrydt met Gods bevel, en eene onteering is van Gods hooge volmaaktheden; nogthands dewyl 't God om wyze redenen niet behaagt, dat een Chriften op deze aarde volmaakt is zonder zonden, maar wel dat hy de heiligmaking najaage, zo moet een Chriften in die befchikking Gods beruften, zonder dat hy vereenigd is met eenig bedryf der ongerechtigheid, maar in tegendeel naar Gods'bevelen tegen de zonde ftryden, en de heiligmaking najagen, zonder welke niemand den Heer zien zal, Hebr, xu: 14.

Sluiten