is toegevoegd aan uw favorieten.

Kerkelyke redenvoeringen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ÏX* WONDEREN ÏN BETHESDA."

hunne gezondheid te geruster zouden verwaarïoozcn, in het vooruitzigt op een blyvend, onfeilbaar en algemeen Hulpmiddel. Dit begrypen Wy wegens dat byzondere; — maar mogelyk hadt zulks , op de Joodfchc wyze, ook nog andere Beteekenisfen. Dat, b. v., de eerfte en fpocdigfte werdt behouden — kon hun indagtig maaken het waarneemen van den tyd der Bezoekinge; en — dat eenigen gehulpen werden uit zo veelen , die 'er even bevoegd toe waren, doch minder gelukkig, — zou kunnen aanduiden, — dat men niet langer, zo als voorheen, uit de tydelyke Lotgevallen , mogt oordeelen over de zedelyke gefteldheid ; alzo fommigen ongelukkig bleven , die egter geene Zondaars waren meer dan de overigen. Wy beweeren niet, Aandd.! dat het Wonder werdt ingerigt tot zulke Oogmerken, maar — dat dergelyke Toepasfingen altans zeer wel vielen in den Smaak der op-

merkzaame Jooden. . . Dus agten wy — het

Wonderwerk in 't algemeen genoeg te hebben opgehelderd ; — zo dat wy nu de naaste oorzaak hebben te onderzoeken. Een Engel, zegt Joannes, daalde neder in dat Badwater, en beroerde het Wat er. Dit vers ontbreekt in eenige Handfchriften ; waarom fommigen het houden voor eene Inlasfching j 't welk egter niet vermoedelyk

is;