Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 37)

brengen, enkel en alleen neêrkomen op een gefprek, dat tusfchen den Heer de Bonne Savardin en eenen zeekeren Farcij zou gehouden ziin, van den inhoud van welk gefprek men

„ een 'affchrift gevonden heett van de nana van

„ den Heer de Bonne Savardin, en aan hetweuc „ men eenen draai geeft, die in de famenfpre„ kende perfonen de vijandigfle en ftrafwaerdig„ fte oogmerken veronderftelt."

„ Juist op den vijfden December, heeft de „ Heer de Savardin in zijn dagboekjen aange„ teekend, bij mij mede een bezoek te hebben „ afgelegd, gelijk op den daaraanvolgenden dag,. m den zesden namelijk."

Maar, in de eerfte plaats, wat heeft toch. dat dagboekjen van den Heer de Savardiu, ten " mijnen opzigte, te beduiden?"

„ Is dit eene proeve, een bewijs, dat

„ men mij, met eenigen fchijn van gegrondheid 1 kan tegenwerpen? Is dit boven alles een be„ wijs, dat men, voor eenige rechtbank tegen " mij zou durven, zou kunnen te berde bren" gen ? Ik ben ongetwijffeld verantwoordelijk. " voor het geen ik fchrijf; maar ben ik even"„ eens verantwoordelijk voor het geen anderen " fchrijven, buiten mijn medeweten, en dus bui* ten dat ik 'er de hand in gehad heb, of heb „ kunnen hebben?

Niemand is 'er, die onkundig is, dat de „ Staatsministers, uit hoofde van den post, dien " zij bekleeden» in de onvermijdelijke verplich," ting zijn va,n, zonder eenig onderfcheid, elk.» C 3

Sluiten