Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

14 DE ONWEETENDE.

met Mannen van naam en eene uitgebreider kennis bereidt hij zich niet zelden vooraf, leert plaatfen uit fchrijveren in rijm en onrijm van buiten, en zoekt gelegenheid, meenigmaal onbehouwen genoeg, om ze flechts te pas te kunnen brengen; Hellingen, woorden en naamen, dié hij verzamelen kan , worden insgelijks medegenomen ; hij laat ze , gelijk de Gochelaar de Vogels onder den hoed, voor den dag komen $ maar meenigmaal zoo gebrekkig, dat men hun kortflxmdig verblijf in hunne gevangenis voort kan bemerken. Zijn deze Mannen , naar zijne meening, van een' hoogen rang, dan is het heni eene eer hun te vraagen, en hun twijfelingen en zwaarigheden voorteftellen, maar alle weêr zoo kommerlijk ,• dikwerf zoo kinderachtig, en flechts oppervlakkig, dat de een of ander in den eerftcn opflag denkt, dat men met hem den fpot fteekt, maar voort daarna, uit reeds voorafgegaane blijken , het arme wicht leert kennen , en in eene goede luim , een antwoord geeft. . „ Maar met permisfie, dat ik vraage, droeg „ Winkelman eene paruik ? Snoof en rookte „ Wrafer% Doch ik denk niet, dat gij van dit „ alles hebt gehoord, of iets daarvan u ooit is „ voorgekomen. Gij zijt immers Luthersch, enz". Dit en foortgelijke dingen zijn alreeds gewigtigë vraagen , bedenkingen en twijfelingen , voor een' man; die flechts de eer wil hebben, dat hij gevraagd en getwijfeld heeft.

Legt

Sluiten