Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XXVI

Gy eischt geloof en pligt, gesterkt door >t zelfsverzaaken,

Gehecht aan 't hoogste goed. By U is J Esos dood de grondzuil van 't vertrouwen,

Voor tyd en eeuwigheid» Gy doet ons, in uw werk, dat heilloon reeds beschouwen,

Dat Goël heeft bereid. Gy voert van Sinai ons tot de zombre dreeven,

Van 't beevend Golgotha : Maar hier word in het hart 't verzoeningswoord ge-

schreeven, Des Helds uit Ephrata. De vloek van Ebal wykt; op Gerizitn te staaren:

Heb dank, dit bid Uw geest. En dit mogt, leezende in uw werk, myn geest ervaaren.

Die biddend Goè'1 vreest. Schoon wy in alles niet volstrekt harmonisch denken:

Toch eer en we eenen God: Die ons, uit vrye gunst, zyn dierbren Zoon wou schenken»

Als bron van 't heilvolst lot. Wy eeren eenen Heer, die voor ons is gestorven.

En, door wiens offerdood, Voor 't schuldig hart, Gods heil volkomen is verworven:

Die ons zyn bystand bood.

Tot roem van Uwen God en Heer hebt Gy geschreven,

Hy kroon uw trouw en vlyt: Zoo word aan U 't vermaak van weltedoen gegeven,

In Uw beproevingstyd.

Sluiten