Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

êl 'ACHILLES.

DERDE BEDRYF. EERSTE TOONEEL,

ACHILLLS, PATROCLUS.

IACHILLES. (ken, K heb het Troifche vuur de Griekfche vloot zien blaaTerwijl mijn benden zich ten Ifrijde vaardig maaken, Moet ik u, waarde vriend, tot vording mijner wraak, Recht leeren, hoege u zult gedraagen in dees zaak.

PATROCLUS. Uw wil ftrekt mij een wet. Wie kan mij beter leeren, Dan gij, mijn vriend, gewoon.alom te triomfeeren? Uwe onderwijzing geeft een kind ervarenheid, En zal mijn hart voorzien met kennis en beleid. Uw fcherpe kling, gewoon den vijand tedoenbeeven, Uw wapens zullen mij meer kracht en flerkte te geeven; Daarbij zal de ijver voor de glorie van ons Land, En 't naar gezigt der vloot, die reeds aan een zij brandt, Mijn' moed verdubbelen. Uw dappere foldaaten, Die gij zolang den ftrijd in ledigheid hebt laaten Aanfchouwen,'thans verhit op wraake, en dolvanfpije Die zullen mij, in deez' nadrukkelijken ftrijd, De fchoonfte blijken van hunn' moed en krachten geeven, De vijand, reeds vermoeid, doch blindelings gedreeven Door zijne voorfpoed, en 't geluk, dat hem verzelt, Zal aanftonds vlieden, op 't gezigt van zulk een' held , Schoon doorinbeeldinge,en een' valfchenfchijnbedrogen, Mij dunkt,'k zie hem reeds 't veld ruimen voor mijneogen, Wanordelijk de vloot verhaten, en met haaft De poorten winnen van de ftad, die zij voor 't laatft Begeeven hebben. Zijn de troepen noch niet vaardig? Mijn ziel haakt naar den ftrijd.

ACHILLES. Gij zijt mij vriendfchap waardig, 6 Edelmoedige! als men u in 't (lagtveld ziet, Is 't Grieken even, of Achilles ftrijdt, of niet. Maar ach! uw dapperpeid kan mijne ziel ontroeren.

Ver-

Sluiten