Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heb den beelen dag geen ftuk brood gegeeten... zo ben ik van mijn ftel....

GORIS.

Ik heb 'er ook veel van ge.veeten, maar heb juist die ondervinding niet gehad en daarom kan het mij niet zo diep treffen als u. — Gij weet ik ben een groot liefhebber van zingen: ik heb dan van een mijner vrienden,die een gezang op zijn' dood gemaakt heeft, 'er een ontvangen, en ik ken het van buiten, 't Zal wel wat ruw, zo wat op zijn zeemans 'er uitkomen, maar gij kunt het zagt hooren, terwijl wij na boord vaaren.

PIETER.

ó Niets zal mij aangenaamer weezen, dat kunt gij denken, dan dat ik zo iets tot lof van mijn vriend Naerebout hoore: ik zal 'er wel zeker van aangedaan zijn, maar dat mag ook wel; en 't is waarlijk, of het mij goed doet, als ik voel dat ik bedroefd over dien man ben. Waarlijk over mijn vader, dien ik nu al heel lief meene gehad te' hebben, was ik niet meer aangedaan.

GORIS.

Nu ik zal dan beginnen.

PIETER.

Ik luister.

Sluiten