is toegevoegd aan uw favorieten.

Iet over Frederik den Grooten, en mijne gesprekken met hem kort voor zijn dood.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

98 IET OVER

zijn Vader, vijf jaaren lang, met de waterzucht geleefd had. Ook was toen zijne verbeeldingskragt nog geftadig rijk in troostgronden. Zelfs, toen , tusfchen den vierden en twaalfden Augustus, het linkebeen opengegaan was, en 'er daaglijks meer dan een pint waters met groote verligting uitliep, geloofde de Koning zich, thans weder meer dan ooit, buiten gevaar te zijn. Doch hij nam, den vijftien' den Augustus, voor de laatfte maal, zijne kabinetsbezigheden waar, wel met eene zwakke ftem, maar met redelijke aandacht; ook at hij deezen dag nog eene halve kreeft.

De Koning overleed, den acht en dertigjlen dag, nadat ik hem het laatst gezien had, den zeventienden Augustus, onder omftandigheden, welke de Heer se li.e onverbeterlijk befchreeven heeft, aan eene fmoorzinking.

Het geen ik van mijne gefprekken met frederik den Grooten, verhaald heb, hoe weinig en afgebroken het ook is, geeft ondertusfchen nog aanleiding tot deeze en geene befchouwing van het karakter van deezen Vorst.

De maag en het onderlijf, en de verbeeldingskragt, welke, God weet hoe, met beide zoo kragtig verbonden is, hadden meer vermogen op deezen buitengemeenen Man, dan men wel denkt. Eene kwaade fpijsverteering drukte hem geweldig neder, en naauwlijks was de drukking weg, of zijn geest ontlook weder, en beurde zich hoog op. Men zal opgemerkt hebben , hoe zijn moed zich verhief, wanneer het dén of ander voorval, dat hem voor zijne gezondheid voordeelig fcheen, zijne verwagtin-

gen