Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AFDEEL INC 33

doch, die vrome Priester des allerhoogften Gods, die op dien zeiven tyd leefde, heeft gedaan, en wat voor hen Noë, Sem, Japhet en hunne Opvolgers hebben gedaan? Ka den tyd van Abraham, lfaac, Jacob en Jofeph weet men, hoe wondersykGod de Heer zynen dienaar Moyfes heeft gezonden, om het geflagt van Israël uit /Egypten te geleiden, en wat voor wondertekenen hy door den zeiven Moyfes heeft uitgewerkt, zo in iEgypten als opde reize naar het Land van Canaan> het welk Hy aan Abraham, lfaac en Jacob had beloofd, om zich door die wondertekenen te doeu kennen, niet alleen van dat eene geflagt, maar ook van de yEsyptenaars en alle andere omliggende Volkeren. Verders weet men, hoe wondertyk Hyaan dat zelve Geflagt van Israël door denzelven Moyfes zyne Wet heeft voorgelchreven, daar dat volk zich van ftonden aan , en in de toekomende tyden naar moest richten , en wat voor een byzonoere zorg Hy voor 't zelve heeft gedragen; hoe Hy hen kastyd^'e, wanmer ze van Hem afgeweken waren, en zich wederom over hen ontfermde, en hen verloste, wanneer ze zich weder tot Hem bekeerden.

Niet minder is 't Kkend hoe God de Heer na die tyden zyne Propheteti en andere GodV'ezende mannen van tyd tot tyd tot dat zelfde volk afzond , om hen tot de onderhouding zyner Wet, tot de betragting der deugd en alle goed op te wekken en ie vermanen, tot dat Hy eindlyk zynen eengeboren Zoon in de waereld afzond, om het groote werk van 's menfchen verlosfing daar te volbrengen, en een nieuwe volmaakte Wet aar» de waereld voor te f.hryveu.

Mogelyk denkt iemand wel, dat al het gene", dat wy tot hier toe aangeroerd hebben van de zorgvuldighe d van God den Heer, tot opwekkingeen vermaninge van de menfchen, enkel beftaat in 't uitwendige; maar men kan geenzins twyfelen, of hy heeft naar tyden en omftandigheden zyne inwendige genade daar by gevoegd, hen inwendig verlichtende, en opwekkende tot boetvaardigG bcii

Sluiten