Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

U I. Deel. II. Hoofd/tuk.

A. Driederlei: zommige kunnen wy door he£ Nacuurligt alleen ontdekken. Zommige weeten wy alleen door eene nadere Goddelyke Openbaring. Zommige zyn ons en door de Reden en door de Openbaring bekend. 43.V, Wat dient men te doen en te bedenken by die waarheden, die wy door het Natuur-ligt alleen ontdekken kunnen?

A. Men moet die waarheden vergelyken met hergeen de Openbaring daar van zegt en wel bedenken , dat de Redenkundige Waarheden nooit met de Geopenbaarde nog de Geopenbaarde ooit met de Redenkundige Waarheden firyden kunnen, dewyl Godt de eenige oorzaak is, die ons de Reden aangefchapen en de Openbaring gegeeven heeft. Tegenftrydigheden kunnen wy niet gelooven. Zy kunnen ook van Godt niet komen, die de Waarheid zelve is. b. v. Door het Natuurligt alleen kan ik weeten, dat Godt de Wereld gefchapen heeft. De Bybel verzekert my ook van deeze Waarheid. Mofes verhaalt deeze gebeurtenis. Dus Hemmen het Vernufc en de Openbaring hiermee elkander" overeen. Egter de Openbaring geeft my hier in van meerdere zaaken berigt, als hec Vernuft my ontdekt. Maar ik vind geene tegenftrydigheden. In het verhaal van Mofes vind men niets, dat met de Natuurkunde of ondervinding ftrydig is. Alles wat Godt in de Schepping gedaan heefc naar het verhaai van Mofes, getuigt van zyne Heerlykheid en Majefteit. De befchryving dej- dagwerken verfchafc het vernuft zo veel ftof tot overdenking, dat het als verrukt wordt over de uitneemende orde en goedheid van den Schepper.

44. V, Wat by die waarheden, die wy alleen door eene nadere Goddelyke Openbaring weeten?

A

Sluiten