is toegevoegd aan uw favorieten.

Onderwys in den godsdienst.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

434- VAN DEN NATUURLYKEN

\T7y hebben bewustheid van onze dae*

»» den , wy denken , wy begrypen wy oordeelen , wy willen. Het vermoogen , om deeze verftandige werkzaemheeden uit te oeffenen , noemen wy de Rede , en het grondbeginfel, welk deeze verftandige werkzaemheeden uitoeffent , noemen wy de ziel. Deeze ziel maekt het edelfte en meest wèezenlyk gedeelte van den mensch uit. Dan hier ryst aenftonds eene vraeg van het uiterfte belang , of deeze Ziel eene hoedaenigheid zy van ons kunftig gevormd lichaem, dan of zy eene afzonderlyke en op zich zelve beftaende zelvftandigheid zy ?

Om deeze vraeg te beantwoorden, hebben wy Hechts met de Ondervinding raed: te pleegen. Wanneer wy ons zelve gaedeflaen , zullen wy daedelyk ontdekken , dat het beginfel van onze redelyke werkzaemheeden , dat deel van ons weezen, hes: welk van zich zeiven bewust is, met een woord de ziel, altoos het zelvde blyve9 ons geheele leven door , welke veranderingen 'er ook in onze lichaemen moogen voorvallen. Derhalven is de ziel eene afzonderlyke zelvftandigheid , van ons grov erj zichtbaer lichaem ten eenenmael onderfcheiden. Welke aenmerkelyke veranderingen 'er, geduurende mynen leevtyd , in myn lichaem