Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van DE openbaerins. 233

vleefches , dat is , de overleggingen , de verborgene neigingen, en werkzaemheeden van onze onreine en vleeschgezinde harten. Hy getuigt er drie byzonderheeden van. I. Dat dit alles vyandfehap zy tegen God. Menfchen die vleefchelyk gezind zyn , en alle overleggingen van hunne onreine harten , zyn vyandig tegen God ; zy willen geheel iets anders , dan God wil , zy wenfehen dat God zo heilig en rechtvaerdig niet waere. 2. De Apostel voegt er by, dat het bedenken van het vleesch zich der wet van God niet onderwerpt. Trouwens, naerdien de wil en de geneigdheeden vyandig tegen God en zyne Volmaektheeden aenloopen, zo is het onmoogelyk, dat zy zich aen de wet van God onderwerpen , en dat vleefchelyke menfchen lust hebben zouden , om naer het voorfchrivt van Gods heiligen wil te leeven. Eindelyk zegt de Apostel, het bedenken van het vleesch kan zich ook niet aen de Goddelyke Wet onderweipen ; trouwens daer zyn verftand beneveld , en zyn wil, met alle deszelvs neigingen, bedorven is, kan hy ook geen vermoogen hebben , om naer Gods Wet te leeven.

Hier meede meenen wy de algemeene verdorvenheid genoegzaem betoogd te hebben. — Alleenlyk hebben wy er nog by te voegen , dat deeze natuurlyke boosheid zich in alle menfchen niet even fterk openbaere. Ten

vm. deel. P 5

Sluiten