Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der openbaering. VIII. boek. S2?

cn , voor ons , als voor zyne gelievde kinderen , de allertederfte zorg draegt: zo veelen , als er , door Gods Geest, geleid worden % zyn kinders van God , Rom. VIII: 14. Gelyk. zich een Vader ontfermt , over de kinderen, ontfermt zich de heer, over de geenen , die Hem vreefen, Pf. CIII: 13. Maer zouden nu kinders geenen eerbied hebben , voor hun* nen Vader? Een zoon , (zegt de heer) zal den Vader eeren , — ben ik dan een Vader , waer is myne eer ? Mal. I: 0".

§• 952.

Dt vrees voor God, zo verre zy, van den eerbied , onderfcheiden is , beftaet in eene zorgvuldige bedachtzaemheid, om niets te den* ken , te fpreeken , of te doen , het welk onfen hemelfchen Vader mishaegen zoude.

De uitdrukking , God te vreefen wordt, * door de Heilige Schryveren , meermaelen a ; in eenen ruimeren zin , genoomen , voor alle de plichten van godzaeligheid. Van alles, I vat gehoord is , (zegt de Prediker) is hel einde van de zaek : vreest God , en houdt zyne gebooden, Pred, XII: 13. Koomet, gy kinderen , hoort naer my; ik zal u des heerek i vrees leeren, dat is, den geheelen omvang van den Godsdienst, Pf. XXXIV: 12. De

ix.' deel, P 3

Sluiten