Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OVERDENKINGEN. 25

ftandinge, waar by zy tegenwoordig waren, hunnen grooten Eere-Vorft hulde gedaan , en de eere van aanbiddinge hebben beweezen ? of zouden zy wel haare diepe verootmoediging den Koning der Engelen geweigen hebben, daar hy door zyne plechtige Hemelvaart, waar van zy getnygen waren, zynenKoninglyken throon beklommen, en zich als eenen Koning aller Koningen, en Heer aller Heeren op den ftoel zyner Majefteit gezet heeft? of zouden zy in alle eeuwigheeden wel ophouden de eere van aanbiddinge te bewyzen, en geen deel te neemen aan dat getuigenis, hetwelk zy met groote ftemmen verkondigden: bet Lam dat gedoodt is, is waardig om te neemen kraebt, ende rykdom, endewysbeid, ende fierkte, ende eere, ende prys, ende loft Openb. v: 12.

Onuytfpreeklyk groot is dus de heerlykheid des Verloffèrs, daar deeze volmaakte geeften , hem op dezelve wyze eeren, gelyk zy den Vader eeren.

§ xv. ■

3 Is het Gods wille, dat alle Engelen Gods Jefus zullen aanbidden, zoo moet het veel meer zyne wille zyn, dat alle menfchen hem deeze eere zullen bewyzen ; en tot deeze verplichtinge zyn de menfchen des te meer verbonden, dewyl de Verloflèr niet de natuure der Engelen, maar onze natuure heeft aangenoomen , niet den Engelen maar ons is gelyk geworden, niet een Heiland der Engelen maar der menfchen is.

B 5 &~

Sluiten