is toegevoegd aan uw favorieten.

Natuur-scheikundige verhandelingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET OLIEMAÏCEND GAZ. IO3

Wy hebben de bovenftaande proeven nog op verchillende wyzen veranderd, met de glaze pyp dan eens met potasfe, dan eens met kool, dan eens met fulfate de potasfe te vullen, zonder dat het verkregen gaz eenige blyken van olie gaf; doch de pyp met zwavel gevuld, gaf een weinig gaz hydrogène fulfuré. Het overfchot was volkomen gelyk aan dat, 't Welk wy by het doordryven van damp door eene ledige glaze pyp hadden verkregen.

Wy mogen dus met recht befluiten, dat de aluinen keia.arden die zelfftandigheden van de aardepyp zyn, welke aan het gaz de eigenfchap geven om olie te vormen.

§ XVI. Het is ons door proeven gebleeken, dat om aan het gaz de eigenfchap mede te delen, om olie te vormen, het een noodzakelyk vereischte is, dat de alcohol en Ether, in de gedaante van damp, door de gloeijende aarde pyp, of over gloeijende aluin- of keiaarde gedreven worden.

Wy hebben herhaalde reizen het gaz, dat wy by het doordryven van damp van alcohol en Ether door eene gloeijende glazen pyp hadden verkregen, door een kleiaarde pyp, of over aluin- en keiaarde laaten gaan, doch het gaz onderging daardoor geene de minde verandering, en' gaf ook met gaz acide muriatique oxygené geene blyken van olie; om derhalven aan den alcohol en Ether, door middel van deeze zelfftandigheden , de gedaante van gaz hydrogène carboné huileux te geven, wordt 'er vereischt, dat beide in de gedaante van damp aan dezelve worden blootgefteld, terwyl, wanneer ze reeds tot gaz zyn G 4 ver-