Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tweede Brief.

Van dit eiland vertrokken wy na Plymouth, alwaar wy de Dokken, Magazynen, en al her. geen daartoe betrekking heeft, bezagen, en vervolgens zeilden wy verder in het Canaal van St. George.

Wy hadden voorgenomen, het eiland Man aan te doen, dewyl het eene van die weinige plaatzen is, waarheen de Deenen de Runifche Characters gebragt hebben, en de eenigfte, alwaar men, buiten de Noordfche geweften, eenige onzer oude Runifche fteenen vind. Maar op Zee is men niet altoos meefter van zyn voorneemen; de wind noodzaakte ons, Man aan de regter hand te laaten liggen, en onzen koers naar de Weftelyke eilanden van Schotland te neemen.

Tusfchen deeze eilanden door te zeilen is buiten gemeen aangenaam, doch, als men geen goedweêr, en goede Huurlieden', heeft, is het juift niet zeer veilig; want in het eerfte geval hangt men af van de Ebbe en den Vloet, en in het laatfte geval is men uit hoofde van de Klippen, die daar in groote meenigte gevonden worden, in gevaar.

Voor het overige is het land zoo gellelt, dat ikmyganfch niet verwonder, dat'er een Fingal, en Ossian, zyn voortgekomen. Dit is de eenigfte plaats niet, alwaar men Helden tusfchen de bergen ziet geboren worden , en wat is beter in ftaat, om Dichters te vormen, dan het ruwe, en betoverende der Natuur, he£ welk hier zo aartig zamengevoegd is ?

B 2 Wilds

Sluiten