is toegevoegd aan uw favorieten.

Brieven betreffende eene reize in het jaar 1772. Na Ysland gedaan.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

406 Vyf-en-twintigste Brief.

zwart van kleur, zeer zagt, vatten ligt vuur, en branden met eene vlam. Honderd deelen ■geeven, nadat de vlam is uitgebluft, twee en veertig deelen kooien; die, nadat zy tot asfche verbrand zyn, maar twee deelen ven eene ligt bruine aarde geeven, welke door den Zeil-fteen word aangetrokken, door Zuuren voor een gedeelte word ontbonden, van Borax en fmeltbaar Pis-zout zoo word aangedaan, dat 'er eenigzins eene opbruisfing op volgd, met hdt Souda-zout in den beginne ook opbruift, maar door het zelve niet aanmerkelyk ontbonden word.

Uwe gedagten, myn Heer, omtrent het ontftaan van het Snrturbrand, fchynen niet onwaarfchynelyk te zyn. Ik heb ook reeds langen tyd met verwondering opgemerkt, dat Visfchen, Houten, en meer andere zaaken, die men in de Leyen vind, plat, en in een gedrukt, gevonden worden, daar zy in Kalk egter volkomen rond blyven, zonder eenigzins zamengedrukt te worden.

Dit heeft ook plaats omtrent de twee befchreve ftukken, vooral by het grootfte, het welk maar anderhalf duim dik, maar negentien duimen lang, en dertien breed , is. Men ziet hier aan den kant, alwaar de fchors nog aan zit, geen teeken van eenige rondheid, maar alles is plat.

Daar word zeer groote kragt vereifcht, om een ftok in een platte fchyf door drukking te veranderen, en ik kan niet begrypen, hoe het zwaarfte bedde, dat noodzaaklyk zagt is geweeft ,