Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over Jefaia VII. 1$

gen, zendende denzelven in het land der tien ftammen , onder de regcering van Menahem , en door deezen Koning het land van de tien ftammen wel niet verwocftende , maar nogtans uitputtende door de ontzachelyke geldfommen, waar mede Menahem deszelfs verwocftinge en overhcerfching moeft afkoopen, z Koning. XV. yers ip en zo.

bb. Het was een grootcr kwaad, het geen de tien ftammen onder de regeering van Pekah overkwam van den Koning van Affyrien , TiglathPilefer, die door Achas den Koning van Juda te hulp geroepen teegen Rezin en Pckah de Koningen van Syrien en Ifrael, zyne wapenen teegen derzelver Koningryken gewend heeft , met dien uitflag, dat de rykdom van JDamafcus en de buit van Samaria gedraagen ivierdt voor het aangezigte des Konings van Affyrien , volgens dc voorzegging desaangaande gedaan , Jef. VIII. vers 4. De uitkomft van den krygstogt des Konings van Affyrien teegen Rezin, aan deeze voorzegging beantwoordende,wordt befchreeven z Koning. XVI. vers 9. daar wy wel leczen, dat de Koning van Affyrien Damafcus ingenomen, derzelver inwoonderen gcvankelyk weggevoerd, en Rezin gedood hebbe; maar niet, dat hy Damafcus verwoeft, en nog veel minder , dat hy eene voleindiging met het gantfche Koningryk van Syrien gemaakt hebbe. Zulks is in het vervolg gefchied , gelyk wy op eene andere plaats zullen toonen. Het geen ten deezen tyde gefchiedde, beffond daar in, dat de rykdom van Damafcus gedraagen ivierdt voor het aangezigte des Konings van Affyrien, De uitkomft van den krygstogt des 3 J Ko?

Sluiten