Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

c n )

dien Schepen gedaan had, die met den molenfteen om zijn' hals was doorgegaan. Ook dit redmiddel beviel mij niet. Ik dacht om de menigte van wederleggingen, welke eens bij gelegenheid der Reize van Anfelmus Rabiofus uitgekomen waren. Ik beftudeerde dezelve vlijtig , en bewonderde de fijnheid en gegrondheid, waarmede zij den Autheur dier reize, wegens menige waarheden , die hun niet gevielen, tot het rasphuis, enz. veroordeelden. Maar 't geen het ergst was, het vermaledijde publiek las deze reize alleen nog des te gretiger. Eindelijk dacht ik om een Stadje, in Frankenland gelegen, alwaar zelfs buitengewoon vcele burgers van Schilda, goede vrienden en bekenden van mij , te vinden zijn, die juist voor eenige jaaren dooreen overgegeeven en godloos mensch mishandeld wierden. Aan deze bekenden ichreef ik , en bad hen om raad, hoe ik mij toch zoude hebben te gedraagen. Het andwoord luidde als volgt:

A a „ Hoog

Sluiten