Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

*33 )

Na eenige wederzydfche pligtpleegingert(noest de Admiraal in 's Konings boot overflappen , alwaar hy gelyk een Prins geëerd wierd. De Koning befchouwde hem en zyn volk, met de grootfte oplettendheid, en vraagde naar het land, vanwaar hy kwam, naar den naam van zynen Koning, en naar de bedoeling van zyne reis. Toen de Admiraal hem deeze vraagen had beantwoord, door hu/p van een man, die de Arabifche taal verflond, beloofde de Koning hem ee* nen Loots naar Calictfta en verzocht hem aan land te komen, om zich in zyn paleis te laaten vergaften. Het eerfle wierd met dank aangenomen, maar het laatfte met beleefdheid van de hand geweezen; waarop deeze byeenkomst daarmede eindigde, dat de Gama den Koning die Mooren fchonk, die hy als gevangenen had medegebragt; een gefchenk, waarvan deeze mohamedaanfche Vorst, ter eere van zyn hart, verzeekerde, dat het hem aangenaamer was, dan of do Admiraal hem eene ftad als Mrfinda ten gefchenk had gegeeven.

De Koning voer vervolgens onder de fchepen , welke hy met verwondering beP 5 fchouw-

Sluiten