Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tan OUD GRIEKENLAND. 227

waarmede hij bekleed was, zich niet kon bedwingen van uit te roepen: „ Wij waren omgekomen , mijne Kinderen ! zoo wij ,, niet waren verlooren gegaan! " —— Hij vestigde zijn verblijf te Magnefia, een Stad van Klein Afie,tu fleet daar bet overige gedeelte van zijn leeven. De inkoriisten van drie Steden waren hem, tot een middel van beilaan, toegeichikt.

Naadat cimon over de Perfen de reeds gemelde overwinningen bevogten hadt, keerde hij weder na Aibcne en gebruikte een ge:| deelte des buits, op den Vijand behaald, tot j - verflerking van Pireus en het verfraaijeri :' .der Stad.

cimon werd, door de Atheners, niet bin bewonderd, ten tijde van vrede , dan zij gedaan hadden geduurende den oorlog. Buiten het {richten van verfcheide openbaaré Gebouwen , zo ter verfterking als ter verfraaijing der Stad, beplantte hij de Academié met boomen, bragt water in dezelve, 't zelve leidende langs vermaaklijke wandelwegen. ] Hij plantte ook Ahornboomen rondom dé : Markt. Hij gebruikte zijne rijkdommen tot f de edelfte einden. Hij gaf last dat zijn vermaaklijke Tuinen altijd moesten openftaan voor zijne Medeburgeren. Hij hieldt eene zeer overvloedige, maar eenvoudige tafel ; waaraan rijken en armen, burgers en vreemdelingen, als welkoome gasten werden ontvangen. En hij onderiteunde met zijne fchatten niet alleen zijne vrienden; maar zelf het grootlle deel der Atheners. Als hij door dé üraaten van Athene wandelde * hadden dè P 2 dienst-

ir.

BOE k". II.

Hoofdft.-

Sluiten