Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

III.

BOEK. III.

Hoofdft.

162 GESCHIEDENIS

verbitterd over de verdrukkingen,waarmede zij door de Onderkoningen gedreigd werden , gingen een Verbond aan met nectanebus, Koning van Egypten, ftonden tegen den Perfifchen Monarch op, en met de hulp van vierduizend Griekfche knegten, hun tot bijftand gezonden door den^ Koning van Egypte,onder het bevel van memnon den 'Rhodier, Haagden zij in het uitdrijven der Perfen. De Inwooners van Cyprus , die, zo wel als de Pheniciers, onderdrukt werden , vereenigden zich met de laatften in hunnen afval, ochus fmeekte bij de Grieken om hulp om de oproerigen te onder te brengen, en verwierf acht duizend man onder het bevel van phocion den Athener , en evagoras, Zoon van nicocles. Deeze twee braave Veldheeren, vereenigd met een Leger Syrifche en Cilicifche Soldaaten, belegerden Salamis, de voornaamfte Stad van Cyprus. — Het Leger door ochus tegen Phenicie aangevoerd , beftondt uit drie honderd duizend Voetknegten en dertig duizend Ruiters, mem non bevreesd door de aannadering van zo magtig een Leger, tradt in eene bijzondere onderhandeling met o c h u s, en boodt aan, hem in het bezit van Sidon te ftellen. De Sidoniers, ten getale van veertig duizend man , zich verraaden ziende, flooten zich op in hunne huizen, ftaaken dezelve in brand, en kwamen om in de vlammen. De overigen der Pheniciers, afgefchrikt door het vreesfelijk noodlot der Sidoniers, onderwierpen zich terftond aan den Koning van Perfie.

OCHUS

Sluiten