Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

432 Van de OORZAAKEN gen.VII.ii,

§ i43- namelijk , de visfehen , het zevengeftarnte, ■den Orion, Mars, Venus, en de Maan, gewoon zijn te noemen. Mechlinius heeft

zelf durven bepaalen, dat 'er tegen het begin van den zondvloed eene groote conjunctie tusfchen Saturnus en Jupiter op het uiterfte van den Kreeft, tegen over het fchip der Argonau-

ten, zou hebben plaats gehad. Met meer

grond denkt menhieraande waterachtige lucht en wolken in den dampkring der aarde, ofden zogenaamden lucht-hemel, zonder den ftarrenhemel hier bij te brengen. En deeze vergelijking van de lucht met venfteren is zoo ongerijmd niet: zij laat immers de lichtftraalen, regen-druppelen , fneeuwvlokken , en voor alles, wat 'er in de bovenfte lucht-gewesten plaats heeft, den vrijen doorgang tot onze aarde. Men weet ook, dat bij regenachtig weder en fneeuw de luchtopeningen ofte gaatjes zich verwijderen, die bij eenen helderen hemel zich wederom toefluiten (153).

CI53)« De Hr, Michaelis geeft 1, c. aan deeze beide middeloorzaaken des zondvloeds andere naamen : „ Op den I7den der tweede maand(November<) borsten de fonteinen der groote zee open, en de ftui-

zen des hemels wierden geopend, [Dit komt

met onze Nederduitfche overzetting overeen, behalven dat wij hier den grooten afgrond hebben ]

De venfteren des hemels zijn volgens de Hebreen die lucht-gewesten, in welken zich het meeste water

Sluiten