Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VOORBERICHT. v

de in de aarde begraaven ? Deeze bedenkingen hielden aan; doch ik werd telkens wederhouden door mijne zeer geringe vordering in de taal-kunde. Maar ziende, op eenen tijd, in de voorrede der Gedichten van mijn beminden Voet, iets, waarvan ik met hem overreed ben, dat, namelijk, het getal der rechte kenners van Poè'zij zeer gering is, in vergelijking van hun die meest de ftichting bedoelen, befloot ik, hoe wel nog aarzelende en fchoorvoetende.

Ontvang dan, beminde Lezer! deeze kleine verzaa-

meling. Of zij van meer zal gevolgd worden, weet ik

niet. Het kon gebeuren. Aan de beoordeling van ver-

ftandigen onderwerpe ik mij; ik heb een leer - gierig

hart. De befchimping der waereld vreeze ik niet; die

ben ik reeds voor lange te booven. De ftichting van

Jezus dierbaar volk is mijn hoofd-doel; en mogt 'et * 3 maar

Sluiten