Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

12 VADERLANDSCHE Eerst*

XIII.

Invallen der Deenen en Noormannen.

1 Vraag, Beveiligde dit Verdrag de ruft ia deeze Landen t'eenemaal ?

Antw. Niet zo volkomenlyk, of zy werden, na verloop vaneenigejaaren, wederom ontruft, door de invallen der Noormannen en Deenen, die den Ryn opvoeren, en Duurflede pionderden: ook fomtyds landingen deeden in 't Zeeuwfch Eiland fValcheren, niet zonder alomme zwaare brandfchattingen te heffen, en 's Lands ingezetenen, veele jaaren agtereen, byna jaar op jaar, grootefchade toe te brengen.

2 Vraag. Wat gaf gelegenheid tot deeze invallen?

Antw. De Verdeeling van het Ryk van Karel den Grooten, waartoe deeze Landen behoorden, onder deszelfs nakomelingen. Deeze verdeeling verzwakte dit Ryk , en gaf vreemden Volken aanleiding, om hetgedeeltelyk ten minften te overmeefteren.

3 Vraag. Wat middelen gebruikte men , om zig te befchermen tegen de Deenen en Noormannen?

Antw. De Duitfche en Franfche Koningen , nakomelingen van Karei den Grooten, ftonden een deel deezer Landen af aan fommige Deenfche Grooten, die 'er, veele jaaren, gebied over gevoerd hebben. Doch alzo dit middel niet hielp, om andere hoofden deezes woeften Landaarts uit deeze Geweflen te houden; fielden de genoemde Koningen verfcheide Graav£H aan, in de Land-

flree-

Sluiten