Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Albe-

MEENE BïSCHRY

\

28 Tegenwoordige Staat.

heeft haren oorfprong niet verre ten westen van de Honfe, met welke zy ook doorgaans dezelfde ftreek houdr. Zy ontftaac uit eenen zandigen grond, een weinig ten Oosten van het Buurfchap Schoonlo, en vloeit van daar, met eenen zagten ftroom Noord westwaards voort, tusfchen de Dorpen Gieten en Rolde door, en een Westen voorby 'Gasteren; alwaar zy een aanmerkelyken toevoer van water bekomt uit het Taarlofche Diep, welk derwaards, uit de lage landen, van omtrent Asfen, Halen en Witten, langs de Buurfchappen Duurfe, Loon en Taarlo afvhet. Hier mede vermeerderd ftroomt zy met meer kragt, langs de oude Meulen, en de Buurfchappen Zeegfe en Schipborg, telkens haren naam, naar dien der plaatzen, welken zy bezoekt, veranderende: tot dat zy, na nog eene menigte van lage Hooilanden, in haren loop, bewaterd te hebben, omtrent de oude vervallen Schans Blanckeweer, het Groninger gebied aandoet, en tusfchen hetzelve en dit Landfchap nog een ftuk weegs terfcheidinge verftrekt, beginnende hier af een weinig eerder, met kleine Schuitjes bevaarbaar te worden. Doch welhaast verlaat zy den Drentfchen grond geheel, en houdt dien van het Gorecht, tot aan Groningen toe.

Behalven deze twee meest vermaarde ftro-

men,

iet voor, dat beide, het Klooster ten Hoorn en aet Hoornfche Diep, van deze ftreek lands hunne aamen ontleend hebben. V. d. Chart. laannis Uecti Trajectenfis M. S. incerti anni. Reken van Precarien over Drenth M. S. Ai 1500.

Sluiten