Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AAN Z ï NB DOCHTER. 47

wy overigen, die geen wetgeevers zyn, moeten ons daardoor tot ootmoedigheid, by de bewustheid der voorrechten , welke wy misfchien boven anderen bezitten , alsmede tot infchikkelykheid en zachtmoedigheid by het beöordeelen der gebrekkige daaden van onze natuurgenooten laaten bewee* gen. Wy, zeg ik, die geroepen zyn , niet naar de ftrengfte rechtvaardigheid , maar naar de zachter wet der billykheid te oordeelen, handelen verftandig en goed, wanneer wy by de misftappen van onzen broeder tot ons-zeiven zeggen: Was deeze in myne en ik in zyne plaats, dan zoude hy mogo lyk even als ik , en ik als hy handelen.

I

ZESDE OPMERKING.

„ Alle menfchen hebben eene zucht tot „ zinlykheid, dat is, eene neiging tot aan-

genaame en eenen afkeer van onaange„ naame gewaarwordingen, zy verfchillen „ echter zeer van elkander met opzicht tot

de voorwerpen deezer neiging en de ^ wyze , hoe zy dezelve trachten te vol„ doen."

Sluiten