Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aj2

LEERREDE

II. „ , , . ..

A. Gij hebt veele vijanden die u op veelerlei wijze

aanvallen.

1. Dan eens dat uwe overtuiginge met recht is.

2. Dat uwe zonden te groot zijn of dat 't voor u te laat is.

3. Dat gij u noch aan veele zonden fchuldig maakt.

4. Dat u zoeken niet oprecht is, want dan zoude hetzelve ernftiger en aanhoudender zijn, en dus dat alles maar bij u geveinsdheid is.

B. Voor U is raad en reddinge.

1. Vlucht na Jefus, die een fterke tooren is, bij wien een veilige fchuilplaats is.

8; Neemt Hem aan, fchuilt achter Hem , bij wien uitkomste tegen de dood zijn.

3. Gelooft dat Jefus zo gewillig als algenoegzaam is om u te redden, en dan zult gij veilige fchuilinge vinden.

III. Bevestigde in de genade, uwe vijanden beftrijden u op veele wijze. A. De Duivel.

1. Door u listiglijk tot deeze en geene zonden te verzoeken, en na dat gij dezelve bedreven hebt, de grootheid en zwaarheid op de verfchrikkelijkfte wijze voor te ftellen.

2. Door ondermeiningen en beftrijdingen van de «-ewigtigfte Waarheden des Euangeliums , daar de eeuwige Zaligheid van des Heeren volk van afhangt.

3. Door het inwerpen van alle booze en God ont-

eeren-

Sluiten