Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TEGENWOORDIGE EEUW. 235

haast het Veld van Pirna, 't geen, alom met rotfen omgeeven, onwinbaar is, betrokken. De Pruisfen kwamen toen in Dresden, alwaar men geene bezetting had gelaaten, en vonden daar in de Archiven alle de oorfprongslyke Hukken , welke de tegen hem gemaakte zamenzweering van Oostenryk , Rusland en Saxen, beweezen, en welke hy in her licht gaf, om zich ten opzichte van den inval in Saxen te rechtvaardigen voor het oog van geheel Europa. Voorts legerden de benden des Konings zich zodanig rondom het geheele Saxifche kamp, dat 'er niemand uit noch in kon, en dat dus de Saxen geene levensmiddelen konden bekomen, waar van zy maar zser maatig voorzien waren. Ondertusfchen meenden zy voorraad genoeg by eikanderen te hebben, om te wagten, tot dat het uit Boheemen aanrukkend Oostenryksch leger hen zoude komen ontzetten. De Pruisfen trokken dus met een deel huns legers in Boheeme, naar dien kant, van waar het Oostenryksch ontzet moest komen. Hier mede was de Generaal Daun belast, doch hy kon niet voor in het laatst van Oogtsmaand Lowofitz be. reiken ; alwaar de Koning van Pruisfen zich met zyne meeste magt had gelegerd, met oogmerk, om, zo 'er gelegenheid was, de Keizerlyke Armée te foevegten. Mier in daagde de Koning naar wensch, en deed de Oostenrykers vooreerst afzien van da ftnderneeming om de Saxen te velosfen.

De

Sluiten