Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i3S GESCHIEDENIS des

haar verderf hadden gebragt; welke voor een groot gedeelte aan de konstenaaryen van Pitc wierden toegefchreeven. Voorts erinnerde de zwarte Afgezant de Conventie haare gedaane belofte, om den Negers de vryheid te fchenken, en eischte de volvoering derzei ve, vooral daar de Zwarten thans, ten behoeve der belangen van de Conventie , de wapenen hadden opgevat.

Toen vatte de gekleurde Afgezant het woord op, en zeide „ Wie zyn de menfchen [ gekleurde ] van welke men zo veel kwaad fpreekt ? Zy zyn herbergzaame menfchen, goede Zoonen, goede Vaders, goede Echtgenooten, vrienden van ongelukkige Grysaarts! En zoude het verwonderlyk zyn, dat zesmaal honderdduizend gekleurden, op het voorbeeld van hun aange. nomen Vaderland, de ketenen van trotfche Volkplanters afwerpende, in die werkzaamheid zeer verfchrikkelyk zyn geweest? Maar wie is 'er, die, zedert de Burger - Oorlog op St. Do-, mingo heeft opgehouden, hen zal durven befchuidigen buiten hunne pligt gegaan te zyn? Wat vraagen zy? Vryheid van arbeid en van loon! Wie befchuidigen hen? Die mannen, welke het verlies van den Koophandel in menfchen betreuren! Die groote Landeigenaars, die woedende zyn op de Regeering der Ge» lykheii ! Die Franfche Uitgeweekenen , ryke

eige.

Sluiten