Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

flI2 LEVENSGESCHIEDENIS VA Rt

gen over het Raadhuis. De dag, die tot den aanval beftemd was, kwam aan, en Pater zunder, met mijne Schrivten in de hand, was, benevens alle de ftudenten, die in de ftad waren, gereed om mij aan te vallen.

De andere monniken hadden het gepeupel en de gildebroeders opgeruid; en men dacht dus van alle kanten mij te beltormen: maar, toen ik mij aan de gaanderij , die met geweren beplant was, liet zien, hadt niemand het hart, om zich op de markt te vertonen.

Zoo verliep een dag en een nacht en ■■

'er gefchiedde niets.

Den volgenden morgen ontftondt »er toevallig brand in de ftad: in plaats dat ik voor mij zeiven beducht zou zijn, ijlde ik met mijne twee jagers, maar heimelijk wel gewapend, ter hulpe; fchikte ene rij menfchen, die brandemmers vulden en aanbragten, in orde; gaf hun bevelen; en alles gehoorzaamde mij. Pater zunder deedt aan den anderen kant met zijne fludenten hetzelvde. Ik naderde hem allengskens, fioeg hem met een' lederen wateremmer op zijn gewijde oren, hield mij als of het bij ongeluk gefchiedde, en niemand waagde het mij aan te grijpen, lk ging midden door den hoop, zonder de minde vreesachtigheid te tonen: allen namen de hoeden af, lachten, en zeiden; ,, goeden dag, Heer trenck!" -

• Zoo denkt, zoo handelt het gepeupel, ah het

merkt dat het niet gevreesd wordt. Het volk in Aken is dom en dweepziek; maar te bloóhartig, om iemand te vermoorden, die zijue handen nog vrij heeft en zich verweeren kan.

Na dit voorval was dierhalven alles in rust.

Doeh wanneer ik naderhand eens na Maaftricht

reed,

Sluiten