Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

€iS XV. hoofdst. vi. afd. van de gazellen,

bovenfte rand , benevens de inwendige zijde derzelven, insgelijks de buik, zijn wie- of bleekgeel. Hec achterfte gedeelte der voorbeenen

is een weinig ligcer, dan de bovengemelde kaneel bruine kleur.

Op den afftahd van éénen coc één en esnen halven duim van hec binnenfte ooghoekje , is eene zoogenaamde traanengooc, die eene lijn

in de middellijn heeft. Uic deeze gooc of

holce, de opening van eene klier, welke daaronder ligc, komc een dik en caai vochc, naar het oorfmeer gelijkende, voort, welk ik eens zag, dac door eenen mijner oude Hottentotten, als een zeldzaam en krachtig geneesmiddel, in een' leeren lap bewaard wierd. — Aan gedroogde vellen is deeze craanenzak naauwlijks te bemerken. Die is waarfchijnlijk de oorzaak, dat

een zoo naauwkeurig en groot kenner van dieren, als de heer pal las buiten tegenfpraak is, geene melding daarvan maakt; want aan de drooge huiden en zelfs het leevendige dier, waar naar hij zijne befchrijving gemaakt heeft, heefc hij ze waarfchijnlijk niec kunnen bemerken.

Van den neêrhangenden baard, waarvan de heer pallas fpreekc, en welks plaats hij aan iedere zijde der aangeweezene zwarte plek aan den kin of de onderfte lip beftemc, kan men aan de huid, welke ik mede heb gebragt, insgelijks fpooren zien.

De hairen van het hertebeest zijn bij uitftek fijn, omtrent één' duim hng, en voor het overige met de hairen der herten en gazellen overeen-

komftig. De ooren zijn inwendig met witte

hai-

Sluiten