Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MET RHINOCEROSSEN 2N ANDERE DIEREN. 73 ?

ten wij eene halve uur voort. — Des avonds reeden wij naar onzen wagen te .rug, maar het orootfte gedeelte der Hottentotten kwam eerst den volgenden morgen te huis, nadat zij een* jongen buffel gefchooten hadden.

- Op deezen zeiven avond vonden twee onzer Hottentotfche jaagers eenen rhinoceros op de rechter zijde liggen, en zoo vast üaapen, dat hij niet ontwaakte, niettegenftaande zij toer yalüger wijze door het tegen elkander, ftöqtü van hunne fnaphaanloopen een vrij fterk geraas gemaakt hadden. — Zij waren flechts twee of vier fchreeden van hem verwijderd, toen zij hem in de bosfchaadje allereerst in 't gezigt kreegen , en hem met zijn achterend naar hen toegekeerd vonden. — ln de eerfte ontftekenis leiden zij terftond aan; maar toen zij bevonden, dat hij daarvan niet wakker wierd, namen zij eenen omweg om eenige ftruiken, ten einde den mond hunner geweeren genoegzaam voor den kop van het dier te kunnen houden, en dus de kogels hem in de hersfenen te jaagen. - Doch, wijl de neushoorn desniettegenftaande naderhand nog eeiaige fterke beweegin* gen maakte, waren zij echter bekommerd, dat hij van zijne bedwelming of fiaauwte wader mogt bij komen; daarom laadden zij op nieuws, en gaven hem nog eenige fchooren in de borst. — Toen ik den volgenden dag den rhinoceros, ' daags te vooren gefchooten , ontleeden en naauwkeuriger onderzoeken wilde, bevond ik, dat de gemelde beide Hottentotten het ingewand terftond na den dood uit het dier genomen hadden , om het vleesch des te beter voor de verrot-

Sluiten