is toegevoegd aan uw favorieten.

Nederlandsche reizen, tot bevordering van den koophandel, na de meest afgelegene gewesten des aardkloots

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ïoó NEDERLANDSCHE

De naanwe opfluiting der gevangenen was ondertusfchcn oorzaak , dat zy van hun wedervaaren geene tyding na boord konden zenden. Eindelyk vernamen zy, dat vyf van hunne medegevangenen deerlyk vermoord waren, en een zesde zwaar gekwetst, wiens wonden nu zodanig begonnen te ftinken , dat de Indiaanen, ondanks hunne wreedheid, met zynen toeftand begaan, het befluit namen om hem na boord te zenden. Tevens wierdt de gevangenen geboodfehapt, dat indien zy van hun wedervaaren berigt na de fchepen wilde zenden , zy thans hier toe gelegenheid, hadden ; en tevens om te laaten weeten , dat voor hun losgeld geëischt wierden drieduizend Reaalen van achten, van welke fomme, egter, de waarde der reeds ontvangene koopmanfchappen , bedraagende zestienhonderd Reaalen , zou worden afgetrokken ; en dat men de overige penningen insgelyks in goederen zou ontvangen. Op deeze voorwaarden wierdt hun vervolgens een vrye koophandel aangebooden.

Vervolgens wierden zy overgebragt in het huis van den Bevelhebber, om aldaar te blyven, tot dat zy na Achem zou vervoerd worden. Hier vonden zy drie Kapiteinen, die hun goeden moed gaven; bybrengende dat hunnen Landgenooten voormaals iet diergelyks te Bantam wedervaaren was; dat de tegenwoordige behandeling hun niet zou overgekoomen zyn, indien 'er geene twee fchepen te Achem geweest waren , die met duizend Baaien Peper heimelyk waren doorgegaan ; en dat zy , van de zelfde Natie zynde, op bevel van hunnen Koning, waren aangehouden, om de geleedene fchade op hen te vernaaien.

Van dit alles deeden de gevangenen verflag in eenen Brief, met welken zy na boord zonden zekeren k o r-

N£-