Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2ö Over de natuur en

moedig te worden, eeven zo kan zig de kraai eenigen tyd in de Fabel hoogmoedig aanftellen, fchoon zy zulks van natuure niet is. Dit laatfte loort van Fabelen, vereifchen, vermits zy van eene groote uitgebreidheid zyn, veel voorzichtigheid en zorgvuldigheid, indien zy genoegen zullen veroorzaaken- Het meeste genoegen, dat de Fabel veroorzaakt, vloeit uit de gelykheid, welke het dier met den mensch heeft, gelyk het beeld uit zyn voorbeeld, voort. Zo haast :wy de natuur der dieren verlaaten, en hun te veel vermoogens van den mensch toefcbryven, gaat ook de overeenftemming , en daarmede het vergenoegen vertooren. De Fabel moet door de twee volgende regelen onder-

lteund worden. ■ De Mensch handelt in

veele gevallen, niet beter en fchr ander er dan de Heren, die zy evenwel gelooven, dat minder zyn

dan zy. • Ten tweeden, zyn de dieren,

•welke zy hoogmoedig verachten, niet zelden beter dan veele menschen. Wanneer men nu de dieren te menschlyk voorftelt, dan kan men geen van beiden de regelen in de Fabelen toepasfelyk maaken , en zo dik wils zulks niet gefchied, zullen dezelven van weinig belang zyn. Doch ik zal zulks nader verkiaaren, op dat ik niet te afgetrokken worde. Het geen de wolf in de

Fa-

Sluiten