is toegevoegd aan uw favorieten.

Nederlandsche reizen, tot bevordering van den koophandel, na de meest afgelegene gewesten des aardkloots

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

73 NEDERLANDSCHE

„ ze lafhartigen doen zien, dat zy te doen hebben „ met Hollanders."

Naauwlyks hadt de Heer matelief de laatftfl woorden gefproken , of alle de matroozen riepen , als uit éénen mond: „ Ja, braave Admiraal, wy wil„ len met u vegten, leeven en derven."

Midlerwyl hadt de vyand de loef gewonnen van de Hollanders: weshalven de Heer ma te lie f het niet geraaden vondt, thans den ftryd te beginnen. De Wind wierdt, kort daar naa, wel gundig; doch dc Scheepsraad , om de overmagt der vyandlyke fchepen en andere redenen, een gevegt ongeraaden vindende, was de Admiraal genoodzaakt, zyn gevoelen aan de meerderheid op te offeren.

Thans gingen de Hollandfche fchepen onder zeil , om eene goede Ree te zoeken. By eene naauwkeurige mopfteqng bleek het den Admiraal , dat zyne manfehap in alles bedondt uit driehonderdzestien koppen, waar onder zich bevonden vyfendertig Negers.

Op den veertienden van Herfstmaand bevonden zy zich aan den uithoek van een Eiland , 't welk zy voor Sanchoam aanzagen. Hier vonden zy drie Japanfche zeeroovers, in eene Golf, voor anker leggen. Straks zondt de Admiraal eene Sloep na land, om hout en water te haaien. Eer deeze nog was te rug gekoomen, kwam by den Admiraal aan boord de Kapitein, brengende een fraai gevveikten fabel, nevens een harnas, met verzoek om hem geen kwaad te doen.

De Admiraal gaf hier op tot antwoord , dat de Hollanders geene vyanden derJapanneczen waren; dat by van hunnen kant niets hadt te vreezen ; dat zy hoopten, binnen het tydverloop van drie jaaren, iu