Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sió ILEIZE DOOR EUROPA

er mijn hoofd niet méde bréken, maar thans met eene belachiijke aanmerking eindigen.

Het is imm:rs billijk , op het einde te lachen , en na zulk eenen langen brief, die over honger en dorst handelt, eenige verkwikking te bekomen : de P»eiram moet altijd op den Ramazan volgen. De geleerde keland zegt in zijn aangehaald werk, bladz. in, dat zommige Mufulmannen ten aanzien der vaste zo nauwgezet zijn, dat zij den ganfchen tijd door den mond toehouden, en niet eens durven fpréken , uit vrees van iets inteflikken. Dit is eene belachlijke vergroting. Misfchien word hier of daar wel een bijgelovige of fchijnheilige gevonden, die den mond toehoud, ten einde geen onnut woord te fpréken, en zig daardoor bij god eene verdienste te verwerven. Zulke lieden worden fofi genoemd. Maar dit gefchied niet, opdat zij niet bij geval eenig éten mogten indikken; want hier in Turkije vliegen den lieden zo min, als ergens elders, gebraden duiven in den mond. Zij hebben voor het overige den algemeen aangenomen régel, welke dien inval geheel omverre floot, en tévens het gewéten der befchroomden gerust fielt, namelijk: indien men bij geval iets mogt indikken , dat niet zo groot als eene erwt, maar van de grootte van een rijst- of tarwenkorrel of dergelijken is, als het alleenlijk tusfehen de tanden gezéten heeft, egter niet eerst uit den mond genomen, en naderhand er wéér ingebragt is , is de vaste daardoor niet gebroken : maar zo het de grootte eener erwt heeft, en mén er van bewust is, zo is deze vastdag yerloren. Daarom is het ook niet zeer juist, het geen re-

Sluiten