Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ï;88.

J$$art van den 12. tor. den 17. Te Pouühteisk.

Wij beko men van Potka^ornoi Walvisch vlees en vet.

De tast oti^es de Koriaken heriteld.

£30 Reize van de Lesfeps

klein getal van uitgehongerde honden te voeden Maar, antwoorde mij de Heer Kafloff, zult gij niet altoos eenige leevensmiddelen voor dezelve nodig hebben ? en hoe zult gij ze die verfchaffen?

Ik wist maar al te veel op deeze aanmerking tntebrengen, wanneer men ons zeide , dat onze afgezondene van Potkagornoi was te rug gekomen ; gelukkiger geflaagd dan alle de andere, bragt hij ons in een groote hoeveelneidwalvischvleesch en vet aan, mijne vreugde was op dat gezicht uitermaate, alle de zwaarigheden waaren verdweenen, ik dagt reeds van Pouflaretsk vertrokken te zijn. Op het zelfde oogenblikgeraakte ik weder met den Heer Commandant op mijn voordel, die nu geen zwaarigheden meer kon inbrengen, mijn iever moest prijzen, en eindelijk in mijn ^verzoek inftemde, 'er wierd vastgefteld dat ik uiterlijk den 18. alleen zou vertrekken; van dien tijd af hielden wij ons bezig met de noodwendige fchikkingen, die ter uitvoering van dit Dntwerp nodig waaren,

Alles beloofde mij nu een goeden uitflag; onder de droevige nieuwstijdingen, die wij van Kaminoi bekomen hadden, waaren 'er echter eenige zeer vertrooflende. Men verzekerde ons onder mderen, dat wij in onzen doortogr geene hinderpalen zouden ontmoeten, de rust was onder de

Ka-

Sluiten