Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en de Offtdntfing van Jefus. 19

fpoedig weg. Zij gaen terftond te fng naer Jerufdem , 011? dit voorval aen de overige discipelen te verhaelen. Deze hebben intusfehen ook bericht gekrèegen , dat Simon den Heer gezien hadt; en hier over waren zij 'savonds hij elkander verzaemcld. Dan,j niettegenftaende nog daerenboven her j verhael der twee, van Emmaus ko-; mende, Discipelen daer bij kwam , zoo konden zij het echter niet gelooven. Geduurende dit gefprek treedt Jefus in 't midden van hun; groet, hun , toont hun Zijne wonden , eet'■ met hun, deelt hun Zijnen Geest| mede , en v<\x worden zij verblijd , en gelooven ten vollen, dat hun Heer weder levendig geworden is. Toen ter tijd was Thomas daer bij niet tegenwoordig geweest, en hadt het ook niet willen gelooven, fchoon zij het hem alle verzekerden. Maer acht dagen , na dat dit gebeurd was, was hij in hunne vergadering tegenwoordig, Jefus verfchijnc weder, en overtuigt ook hem. Nu waren zij wederom naer hun geboorteland , naer Gaülea. te rug gekeerd, en hadden een begin gemaekt met hunne handteering. jefus verfchiint aen zeven van hun, die zoo even van het visfchen te rug kwamen; verfchaft hun eenen goeden vischvangst , eet met hun, en houdt een treffend gefprek met Petrus. Éindelijk bettelr, H j de B a Elve,

.uc. 24. 3-35-

.laic. 16.li, 3.

ilarc. 16.14. .nc. 24. (6-43oan. 20. 9-23.

foan. 20. 14-31.

foan. si. [-25.

Sluiten